Afgelopen zomer was het warm, heel warm. Er werd gezegd dat de droogte die daardoor ontstond zijn wisselwerking zou hebben op de oogsten. Bij ons was dat in de positieve zin van het woord. Alles deed het prima. Geen schimmel op de tomaten en aardappelen en fruitbomen die overladen zijn met vruchten. We hebben dus weer een jaar met lekker veel appels. Zoveel appels dat je echt heel hard moet werken om de hele oogst veilig te kunnen stellen.

Het begint al in juni. Hangt de boom in deze maand zo vol fruit dat de takken naar beneden buigen van de hoeveelheid, nu nog kleine en onrijpe, appels dan is het zaak dat je gaat dunnen. Ik hoop altijd dat er in deze maand nog een appelval komt, dit is een natuurlijke dunning waarbij er een flink gedeelte van de appels spontaan uit de bomen valt. Helaas dit jaar was dat minimaal dus met ladder de boom in. Van een stel appels bij elkaar, een soort van tros appels dus, laat ik er slecht één zitten en ik zorg ervoor dat er tussen de appels aan de takken een handbreedte ruimte zin. Het doet pijn om zoveel mooie appeltjes uit je boom te halen maar het komt de oogst echt ten goede. Van deze geplukte onrijpe appeltjes en wat rietsuiker maak ik appelstroop.

En dan eind oktober kisten vol appels. In mijn geval Goudrenetten. Dus maken en eten we appeltaart, appelcake en appelmoes tot we er echt bij neervallen. En ga ik wederom aan de slag met de sappan. Het sap bewaar ik op een koele plaats in gesteriliseerde flessen of ik kook het sap in tot pure appelstroop. Het hete huis ruikt naar appels! Doordat deze appels lekker rijp zijn bevatten ze natuurlijk suikers en is het niet nodig extra suiker toe te voegen. Kant en klaar gekochte appelstroop haalt het bij lange na niet bij deze verrukkelijke pure en rinse appelstroop!