Zelf boerenjongens maken is helemaal niet moeilijk en dit Oudhollandse feestdrankje smaakt heerlijk over ijs, taarten en bijvoorbeeld in vla. Vroeger maakte iedereen ze zelf, er waren zelfs speciale boerenjongenspotten met bijbehorende lepels. Ik heb nog zo’n pot van mijn oma en gebruik hem nog steeds om boerenjongen en boerenmeiden in te maken. Als je ze nu maakt kun je van najaar genieten van je eerste glaasje zelfgemaakte boerenjongens.

Van oorsprong worden boerenjongens in kleine borrelglaasjes met een lepeltje geserveerd. Mijn oma maakte het regelmatig en als kind kreeg ik altijd één zo’n ingelegde rozijntje van haar. Ik vond het lekker maar eigenlijk ook weer niet… Als ik ze maak en eet denk ik altijd aan mijn oma.

Voor ± 2 liter

500 g blanke rozijnen
250 g suiker
1 kaneelstokje
1 l inmaak brandewijn
extra nodig: stopfles of pot met deksel

Was de rozijnen en breng ze met 2½ dl water, de suiker en het kaneelstokje aan de kook. Houdt het 10 minuten tegen de kook aan.

Laat het mengsel afkoelen en doe het over in de heel goed schoongemaakte (weck)pot. Schenk de brandewijn erop en sluit de pot. Laat de boerenjongens in 4-6 weken op smaak komen.

Bereidingstijd: ± 20 minuten en 4-6 weken op smaak komen

Tips
• Wil je boerenmeisjes maken vervang de rozijnen dan gedroogde abrikozen zonder pit.
• Voor het maken van boerenjongens gebruik ik inmaak brandewijn. Deze heeft, in tegenstelling tot gewone brandewijn met een percentage alcohol van 35%, een alcoholgehalte van 28%. Bovendien smaak hij naar vanille en is gezoet. Ik voeg soms ook nog een steranijsster of anijszaadjes toe.