Vaak hoor ik dan men een hele kip braden moeilijk vindt en daarom nooit zo’n lekker gebraden kippetje op tafel zet. Dat is jammer want zo’n een hele zelfgebraden kip is zo vreselijk lekker daar kan echt geen kipfiletje tegenop! Vroeger toen kip nog een luxe stukje vlees was aten wij altijd kip op zondag. Met appelmoes erbij dat maakte het tot een nog groter feest. Nog steeds zet ik, als we gasten krijgen, graag een heel kip op tafel. Met wat schaaltjes met warm water met een schijfje citroen en extra servetten erbij omdat kluiven echt bij kip hoort!

1 kip van goede kwaliteit à 1250 g
1½ – 2 el kerriepoeder
30 g bakboter
1 sinaasappel, uitgeperst

Was de kip goed van binnen en zorg dat je de bloedstolsels uit de buikholte verwijdert. Droog de kip van binnen en van buiten met keukenpapier.

Bestrooi de kip vanbinnen en vanbuiten met kerriepoeder en versgemalen peper en zout naar smaak.

Verhit de bakboter in een ruime braadpan en braad de kip rondom bruin aan. Keer de kip telkens een kwart slag met behulp van een spatel en een vork.

Schenk, als de kip rondom mooi aangebraden is, het sinaasappelsap en 250 ml heet water langs de rand van de pan bij het bakvet. Pas op voor spatten.

Breng het vocht aan de kook en laat de kip op een laag vuur in ± 1 uur helemaal gaar braden. Keer de kip tijdens het braden éénmaal om.

Controleer of de kip gaar is. Prik met een satéstokje in het dikste gedeelte van een poot, er moet helder vocht uit komen. Neem de kip uit de pan en houd hem warm onder aluminiumfolie.

Breng de jus aan de kook en kook de jus op een hoog vuur iets in. Snijd de kip in stukken en serveer met de jus.

Bereidingstijd: ± 85 minuten

Serveertips
Lekker met gekookte aardappelen en gebakken zuurkool of serveer home made friet en een lekkere salade bij de kip!

Lekkere kippetjes

Ik neem meestal een Label Rouge, Poulet noir (met zwarte poten) of een Kemper landhoen.