Voor een van onze familiedagen en omdat onze stamvader afkomstig is uit China maakte ik een enorme hoeveelheid teng-teng, de zoete pindakoekjes waarmee zoveel Chinezen, tijdens de economische crisis van de jaren 30, toch nog wat geld mee verdienden. Deze succesvolle verkoop werd echter na een jaar door de overheid, om hygiënische redenen, verboden. Onze ooms en tantes zijn allemaal opgegroeid op het Rotterdamse Katendrecht maar niemand wist hoe je teng-teng moest maken. Na wat rondvragen en experimenten is dit het uiteindelijke resultaat geworden. En als je eenmaal je tanden in een stuk teng-teng hebt gezet begrijp je waarom deze zoete lekkernij zo succesvol was.

Voor ± 24 stukjes

150 g ongezouten (vlies)pinda’s
300 g kristalsuiker
1 el gembersiroop
1 biologische citroen, gewassen
Extra nodig: schaaltje water, kwastje, bakblik bekleed met bakpapier

Wrijf zo nodig de velletjes van de pinda’s. Doe de suiker met de gembersiroop en 2 eetlepels koud water in een pan met dikke bodem en laat de pan even staan. Het water trekt dan in de suiker.

Zet de pan op een halfhoog vuur en laat de suiker smelten, beweeg de pan af en toe al walsend rond zodat alle suiker oplost. Roer niet in de pan en veeg de rand van het suikermengsel regelmatig schoon met een kwastje water.

Breng de gesmolten suiker aan de kook en roer, als de suiker begint te kleuren, met een houten lepel door. Laat net zolang koken tot het suikermengsel licht goudbruin van kleur is. Pas op dat de suiker niet aan je handen komt, hij is loeiheet (dus geen klusje om met de kinderen te doen!).

Roer de pinda’s erdoor en blijf roeren totdat alle pinda’s goed met de karamel gemengd zijn. Doe het pindamengsel over op het met bakpapier beklede bakblik en wrijf met de citroen uit tot een plak van ± 1½ cm. Pas ook tijdens dit proces op dat je de hete karamel niet met je vingers aanraakt.

Wrijf, als het pindamengsel wat afgekoeld is, nogmaals flink met de citroen over. Breek de afgekoelde teng-teng in stukken en serveer bij de koffie of thee.

Bereidingstijd: ± 40 minuten

Een liedje over teng-teng uit een boek over Katendrecht

Van je tang teng tong
Pinda, pinda, lekka, lekka, als je maar vijf centen biedt, Pinda, pinda, lekka, lekka, of je kauwen kan of niet, ‘k Sta en dommel bij mijn trommel, tot ik uit mijn jasje waai. Van je tang teng tong, van de tang teng tong, sjuedewiedewiet Shanghai.