In juni moet je eigenlijk walnotenlikeur maken. Dan zijn de noten nog zacht en kun je ze makkelijk in stukken snijden. Bovendien zorgt de groene bast ervoor dat de walnotenlikeur mooi donkerbruin, zelfs bijna zwart kleurt. Na een flinke wind, zoals de laatste week een paar dagen het geval was, liggen er bij ons altijd heel veel groene ‘natte’ walnoten op het erf. Nu zijn de noten nog ‘nat’ dat wil zeggen dat er nog geen harde dop om de noten heen gevormd is. Voor mij is dit de tijd op een paar flesjes walnotenlikeur te maken.

600 g groene walnoten (in juni geplukt of ‘valnoten’)
1 l wodka
2 kaneelstokjes
5 kruidnagels
1 steranijs
300 g donkere basterdsuiker
Extra nodig: plastic boterhamzakje, grote weckpot, kleine flesjes

Was de noten en halveer ze. Houd de noten tijdens het doorsnijden vast met je hand in een boterhamzakje. De noten geven namelijk een gele kleurstof af die later bruin verkleurd en lastig van je handen is af te wassen (zie tip).

Doe de gehalveerde walnoten met de wodka en de specerijen in de pot. Sluit de pot en laat ongeveer 1 maand op een donkere plaats, op kamertemperatuur, trekken. Schud de pot zo’n 2x per week om.

Voeg na een maand de suiker toe en schud voorzichtig om. Laat de pot nogmaals 1 maand op een donkere plaats, op kamertemperatuur trekken. Schud de pot elke 2 dagen zodat de suiker goed oplost.

Zeef na 60 dagen, als de suiker helemaal is opgelost, de likeur. Doe de drank over in kleine flesjes en zet donker en koel weg. De likeur kan nu gedronken worden maar hoe langer de likeur staat hoe lekkerder hij wordt!

Bereidingstijd: ± 15 minuten en ± 2 maanden trekken

Tip
Toch gele handen? Boenen met een scheutje Cif helpt een beetje!