Al jaren bak ik mijn eigen zuurdesembrood. Bijna iedereen vindt zo’n versgebakken desembrood met knapperige korst erg lekker en mijn gasten willen dan ook graag het recept hebben. Maar als ik dan vertel hoe ik het maak haken ze al snel af. Teveel werk vinden ze het! Maar is het echt zoveel werk, zo’n zuurdesembrood maken? Ik laat jullie de komende dagen zien hoe je een desembrood maakt en we beginnen met een moederdeeg, de vloeibare starter, want zonder starter geen desembrood!

Volg het leven van het zuurdesembrood bakken. Van de opstart tot het uiteindelijke resultaat!

Meel en water

Het bijzondere van desembrood is dat je slechts 3 ingrediënten nodig hebt om het te maken, meel water en zout. Je begint met maken van een starter of moederdeeg. Dat vraagt even geduld want dat is niet in een paar uur geklaard.

Doe ± 100 gram biologische tarwemeel in een schaaltje en voeg al roerende zoveel lauw water (± 100 ml) toe tot een dik papje ontstaat.

meelwater en roeren
meel & waterdik papje
roerenafdekken en wachten

Dek het schaaltje af met een stukje huishoudfolie of een vochtig lapje. Zet het weg op kamertemperatuur, als het warmer is gaat het sneller) en laat het zo 3 dagen staan. Kies dus een plekje waar het niet in de weg staat want het beste is om je starter een vaste plaats in de keuken te geven.

Eerste maal voeden van de vloeibare zuurdesemstarter

Na 3-4 dagen en regelmatig omroeren van de vloeibare starter, zitten er kleine luchtbelletjes in het papje en ruikt het appelig en friszuur. Nu is het tijd om het de eerste keer te voeden. Voeg 3 eetlepels tarwe of volkoren meel en 3 eetlepels lauwwarm water toe en roer het goed om. Dit mengsel laten we, afgedekt, een dag wederom op een warme plek (minimaal op kamertemperatuur) staan en ook nu roeren we het na ongeveer 12 uur goed door.

1 eerste keer voeden moederdeeg
2 eerste keer voeden moederdeeg

We zijn op de helft

Dit is de vierde dag van de vloeibare starter. Er zijn nu duidelijk belletjes te zien en het ruikt nog steeds friszuur. Zit er een beetje schimmel aan de rand van het bakje dat kan geen kwaad. Doe je starter over in een schoon bakje en ga gewoon door. Voeg nu ’s morgens en ’s avonds 2-3 eetlepels bloem of meel en 2-3 eetlepels lauwwarm water toe en roer goed om. Wederom afdekken en op een warme plaats laten staan.

Vloeibare starter dag 4

Nog tweemaal voeden

We zijn bij dag 5 aangeland. De vloeibare starter borrelt nu al lekker. Voeg vandaag en morgen nog een keer ‘s morgens 3 eetlepels bloem en water toe en roer alles ’s avonds nog een keer goed om.

Brood van met de vloeibare starter

Op dag 7 is de vloeibare starter klaar voor gebruik en kunnen we het brood gaan voorbereiden.

Je hebt nodig: 500 gram fijn volkorenmeel, 2 theelepels zout, 175-200 g van de starter en 250 ml lauwwarm water.

Doe het meel met het zou in een ruime kom en roer het door elkaar. Maak een kuiltje in het midden en schenk de starter en de helft van het water erin. Roer alles door elkaar. Kneed ± 10 minuten goed door elkaar. Voeg zo nodig nog extra water toe. Doe het deeg in een kom en laat het afgedekt op kamertemperatuur 2 uur rijzen. Kneed het daarna nogmaals door en doe het in een ingevette broodvorm (inhoud 1½ l) of leg het deeg op een met bloem bestoven schone thee- of rijsdoek. Laat het afgedekt met (bubbeltjes)plastic op een warme plaats zo’n 3-4 uur rijzen. Snijd het met bloem bestoven brood in met een hobbymesje of lamé en bak het brood in 25-30 minuten in een voorverwarmde oven (225°C) af.

Je kunt ook van ander meel brood maken of 100 gram volkorenmeel vervangen door boekweitmeel, speltmeel of roggemeel en extra 50 gram zaden en/of pitten toevoegen. Pompoenpitten, lijnzaad, zonnebloempitten of gehakte ongezouten noten geven je brood nog meer smaak!

De rest van het moederdeeg ga je weer voorbereiden voor een nieuwe portie desemstarter. Voeg aan het restje starter voeg je de komende 3 dagen lang 3 eetlepels meel en 3 eetlepels lauw water toe en roer je het telkens ’s morgens en ’s avonds goed door. De vierde dag kun je dan weer een broodje bakken. Je zult merken dat je starter zich in de loop van tijd gaat ontwikkelen en het brood een betere structuur krijgt.