Dit appeltaart recept is een hippe variant op de klassieke appeltaart zoals onze moeders en oma’s hem maakten. Door het toevoegen van oranjebloesemwater krijgt de appeltaart een heerlijke smaak en geur. Een heerlijk weekendtaartje!

Voor 12 punten

300 g tarwebloem (+ extra om te bestuiven)
zout
100 g basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
200 g koude boter + extra om in te vetten
1 ei (M)
750 g appels (goudrenetten)
1½ el oranjebloesemwater
2 el custardpoeder
40 g amandelschaafsel
2 tl kaneelpoeder
75 g kristalsuiker
Extra nodig: springvorm 22 cm, bodem bekleed met bakpapier en rand ingevet

Meng de bloem met een mespunt zout, de basterd- en vanillesuiker in een kom. Snijd met twee messen de boter en de helft van het losgeklopte ei erdoor en kneed met koele hand tot een soepel deeg. Laat het deeg verpakt in huishoudfolie 30 minuten in de koelkast rusten.

Schil intussen de appels, verwijder de klokhuizen en snijd de parten in dunne partjes. Schep het oranjebloesemwater erdoor. Rooster het amandelschaafsel in een droge koekenpan lichtbruin. Verwarm de oven voor tot 200 °C.

Rol 2/3 deel van het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een ronde lap (ø ± 32 cm) en bekleed er een met bakpapier beklede springvorm (ø 22 cm) mee. Bestrooi de bodem met de custardpoeder.

Verdeel er dakpansgewijs een laag appel over en bestrooi met een beetje amandelschaafsel, kaneelpoeder en suiker. Herhaal deze lagen totdat alle appel is opgebruikt. Rol de rest van het deeg dun uit en snijd er repen van. Leg de repen kruiselings op de taart en druk de randen met een vork goed aan. Bestrijk de repen en de rand van de taart met losgeklopt ei.

Bak de taart in de voorverwarmde oven in ca. 1 uur mooi bruin en gaar. Lekker met een flinke toef slagroom.

Bereidingstijd: ± 25 minuten (+ 30 minuten rusten en ± 60 minuten oventijd)